Gepubliceerd op 26 januari 2009

Met spoed gezocht: zakenman/bolleboos

Mirjam van Praag weet het zeker: ondernemerschap kun je leren. De hoogleraar ondernemerschap aan de Universiteit van Amsterdam heeft het zelf vastgesteld, door het te onderzoeken.

De kennis die zij hierover heeft vergaard, gaat zij de komende vier jaar loslaten op honderdduizend studenten van universiteiten en hogescholen in Amsterdam. De studenten worden via een speciaal ontworpen lesprogramma ingewijd in de fijne kneepjes van het ondernemen, in de hoop dat zij later ooit voor zichzelf beginnen.

"Ondernemen is voor veel studenten geen optie. Uit onderzoek blijkt dat maar zeven procent er over denkt ooit voor zichzelf te beginnen," vertelt Van Praag.

Zij is wetenschappelijk directeur bij Case. Dit Centrum van Amsterdamse Scholen voor Entrepreneurschap helpt de lessen ondernemerschap te organiseren voor twee universiteiten (de UvA en de VU) en twee hogescholen (InHolland en de Hogeschool van Amsterdam).

"Er zijn in Nederland echt veel te weinig hoogopgeleide ondernemers. Wij willen de mogelijkheid onder de aandacht brengen."

Het ministerie van Economische Zaken subsidieert het project vier jaar met drie miljoen euro, aldus Erik Boer, algemeen directeur van Case. "Ook het ministerie vindt dat wij meer ondernemende mensen nodig hebben in Nederland."

Dat de Amsterdamse universiteiten open staan voor les in ondernemerschap, mag gerust een doorbraak heten. Boer: "Traditioneel werd ondernemerschap als vies beschouwd, zelfs bij de studie economie. Ondernemen werd namelijk niet als een academische bezigheid beschouwd."

"Nog steeds ontbreekt het de onderwijsinstellingen aan een ondernemingstraditie. Op Amerikaanse universiteiten als Stanford is het heel normaal dat studenten en wetenschappers actief zijn met een eigen bedrijf."

Annemieke Roobeek, hoogleraar Strategie aan de Universiteit Nyenrode, werkte op de Technische Universiteit Delft mee aan een project dat academische kennis wil ontsluiten voor commerciële toepassingen in het bedrijfsleven.

Zij vertelt: "Er komt nu een generatie studenten aan die risico nemen wel leuk vindt. We zitten op een kantelpunt. Maar nog steeds is het bedroevend hoe weinig contacten hoogleraren en andere academici hebben met ondernemers. Ze staan vijandig ten opzichte van het bedrijfsleven."

Case is vooral op zoek naar studenten die innovatieve ideeën tot een groeiend bedrijf willen uitbouwen. "Het moet leiden tot extra groei van de economie."

Van Praag ziet de kredietcrisis niet als belemmering voor succes: "Nu prestatiebeloning en baanzekerheid in het bedrijfsleven op de schop gaan, moeten hoogopgeleide werknemers hun uitdaging en prikkels in andere zaken zoeken. Het onderwijs kan ze leren dat een bedrijf iets voor hen is."

De oprichters van Case hebben zichzelf geen concrete doelen opgelegd voor aantallen studenten die voor zichzelf beginnen.

Van Praag: "Studenten hoeven echt niet allemaal al tijdens hun studie te gaan ondernemen. Dat zou potsierlijk zijn. Voor sommigen is het niets en dat kunnen ze bij ons ontdekken. Voor andere willen wij zaadjes planten. Het kan zijn dat ze pas tien jaar later een bedrijf beginnen, als ze dertig zijn. Dan is de kans op succes ook groter."

Case heeft zich wel een ander hard doel gesteld: liefst alle studenten moeten tijdens hun studie in aanraking zijn gekomen met een cursus ondernemerschap.

Dat kan in de vorm van een brede minorstudies, een master entrepreneurship, workshops of een gastcollege van een bekende ondernemer.

Boer: "Studenten hebben boegbeelden nodig om ze te interesseren voor een eigen bedrijf. Een geslaagde ondernemer kan wat gemakkelijker vertellen over zijn mislukkingen. Die zijn heel leerzaam."

Een probleem is dat er weinig onderzoek gedaan wordt naar de effectiviteit van onderwijs in ondernemerschap.

Van Praag: "Aan welke knoppen moet je draaien om te komen tot goed ondernemingsonderwijs? Niemand ter wereld weet dat echt goed. Goed onderzoek ontbrak tot nu toe. Het is al wel bewezen dat dat hoger onderwijs nuttig is voor de prestaties van ondernemers. Maar wat we nog niet weten, is hoe zulk onderwijs er uit moet zien."

Van Praag heeft onlangs een studie hiernaar uitgevoerd. Zij bestudeerde twee groepen studenten in het hoger onderwijs.

De ene groep volgde een lesprogramma ondernemerschap, de andere niet. Het resultaat van deze proef was opmerkelijk: "Degenen die deze lessen volgden, kregen geen positievere houding tegenover ondernemerschap, dan de andere groep. Ook ontwikkelden de lesvolgers niet meer competenties die belangrijk zijn voor een ondernemer. Meer onderzoek hiernaar is hard nodig."

Juist omdat de kennis hierover zo schraal is, is het toetsen hoe les in ondernemen wèl nut kan hebben, een centraal onderdeel van de aanpak van Case.

Dat er ethische bezwaren zijn in te brengen tegen experimenten waarin een deel van de studenten ondernemingsonderwijs wordt onthouden, noemt Van Praag 'kortzichtig'. Tot nu toe werd immers iedereen uitgesloten van dit onderwijs? "Bovendien moet je toch weten of je gemeenschapsgeld wel uitgeeft aan nuttige dingen?"

Ondernemen en studeren worden ten onrechte tot twee werelden gerekend, zegt de hoogleraar Ondernemerschap. Amsterdamse studenten krijgen straks les in ondernemen.

Bron: Het Parool, 23 januari 2009